Het houden van huisdieren in huurwoningen blijft een gevoelig onderwerp. In de praktijk botsen eigenaars en huurders regelmatig op onduidelijkheid over wat al dan niet toegelaten is. Wetgeving, rechtspraak en reglementen van mede-eigendom zorgen voor een kader rond het houden van huisdieren, maar laten ruimte voor interpretatie. Een genuanceerde benadering dringt zich dan ook op.
In dat kader werd in 2018 een akkoord bereikt tussen de toenmalige Vlaamse minister van Wonen Ben Weyts en de Verenigde Eigenaars. Dat akkoord had tot doel meer duidelijkheid te scheppen voor verhuurders en huurders over het houden van huisdieren in huurwoningen. De modelhuurovereenkomsten werden daarbij aangepast, zodat een algemeen en voorafgaand verbod op huisdieren niet langer als uitgangspunt werd gehanteerd.
Een verbod zou alleen maar kunnen als het reglement van het appartementsgebouw het houden van huisdieren verbiedt of wanneer de huurwoning ongeschikt is voor een bepaald dier (denk maar aan een grote hond in een kleine studio). Volgens de minister betekent dit een absolute trendbreuk: waar vroeger vaak een algemeen verbod bestond, zou het weigeren in de toekomst veeleer de uitzondering moeten worden.
“Voorafgaandelijk schriftelijk akkoord blijft behouden”
Later werd vanuit de Verenigde Eigenaars bijkomende nuance aangebracht op dat akkoord. Ze benadrukten dat het principe van het voorafgaandelijke schriftelijk akkoord van de verhuurder behouden blijft. Dat betekent echter niet dat alles bij het oude blijft. Nu staat in het model namelijk uitdrukkelijk bepaald dat de verhuurder deze toestemming slechts in zeer nadrukkelijk omschreven gevallen mag weigeren, met name wanneer het goed niet geschikt is voor het dier of wanneer de reglementen binnen het appartementsgebouw geen huisdieren toelaten. In elk geval zal een weigering voldoende gemotiveerd moeten worden, opdat deze stand houdt bij de rechtbank. De conclusie dat een en ander toch wel ingrijpend verandert bij de contracten van de Verenigde Eigenaars lijkt dan ook gefundeerd.
Juridische stand van zaken
Als organisatie die zich niet in debatten heeft gemengd is CIB Vlaanderen op zich goed geplaatst om een objectieve kijk te geven. Wat is nu juridisch gezien de stand van zaken? Op basis van rechtspraak van de voorbije jaren moeten we meteen nuanceren dat een absoluut verbod in de huurovereenkomst tot het houden van huisdieren niet altijd gemakkelijk afdwingbaar zal zijn.
Een rechter die moet oordelen in een bepaalde zaak zal steeds naar de concrete omstandigheden kijken: een huisdier dat geen overlast veroorzaakt, is niet hetzelfde als een huisdier dat dat wel doet. Ook de plaats van het gehuurde goed (platteland versus stad) of de aard van het gehuurde goed kunnen een rol spelen bij de beoordeling. In elk geval zal de huurder het gehuurde goed als goede huisvader moeten gebruiken. Het houden van allerlei exotische, gevaarlijke dieren in een te kleine, onaangepaste ruimte zal allicht niet getolereerd worden. Sowieso dreigt er discussie te ontstaan over wat het begrip “huisdier” nu precies inhoudt.
Afspraken rond het houden van huisdieren
De Verenigde Eigenaars blijven, net zoals CIB Vlaanderen dat altijd heeft gedaan, vasthouden aan het beginsel van de voorafgaandelijke schriftelijke toestemming door de eigenaar. Dat is ons inziens perfect logisch en verdedigbaar. Het houden van huisdieren heeft immers een impact op zowel de huurwoning als – in geval van een appartement – het gebouw in totaliteit. De voorafgaandelijke schriftelijke toestemming moet garanderen dat de huurder hierover op zijn minst het gesprek aangaat met de verhuurder, om zo tot duidelijke afspraken te komen. Uiteraard neemt dit niet weg dat het risico bestaat dat de huurder zich bij een halsstarrige weigering vanwege de verhuurder tot de rechtbank wendt.
Gezien de recente trends in de rechtspraak bestaat de kans dat de huurder daarbij in het gelijk wordt gesteld. Alles zal afhangen van de argumenten waarmee de verhuurder zijn weigering motiveert. De huurder zomaar het houden van een huisdier ontzeggen, zonder gegronde argumenten, zal door de rechtbanken alvast steeds minder aanvaard worden.

