Wie denkt dat de komende wetgeving rond brandveiligheid in parkings vooral een verhaal wordt over laadpalen, vergist zich. De nieuwe federale regels maken expliciet dat het laden van voertuigen niet als een bijkomend of afzonderlijk risico wordt beschouwd. De focus ligt niet op de elektrische laadpunten, maar op de aanwezigheid van elektrische voertuigen als dusdanig.
Het risico vloeit voort uit het voertuig zelf, ongeacht of het op dat moment wordt opgeladen of niet. Elektrische wagens worden daarbij niet langer gezien als een uitzonderlijke categorie, maar als een blijvend onderdeel van het wagenpark. Elke parking zal zich daarom moeten aanpassen aan deze realiteit – met of zonder laadpaal.
Het ontwerp Koninklijk Besluit over brandveiligheid van elektrische voertuigen in parkings zal van toepassing zijn op alle parkings met tien of meer parkeerplaatsen. Cruciaal daarbij is dat het niet gaat om de aanwezigheid van laadinfrastructuur, maar om het feit dat elektrische wagens er kunnen parkeren. Een parking zonder laadpalen ontsnapt dus niet aan de regels zolang elektrische voertuigen er toegang tot hebben. Omgekeerd wordt het expliciet onmogelijk om elektrische wagens simpelweg te weren als alternatief voor investeringen in veiligheid.
Elektrische wagens niet verbieden
Dat verbod op uitsluiting is een fundamentele koerswijziging. In verschillende appartementsgebouwen leefde de voorbije jaren het idee om elektrische wagens uit ondergrondse parkings te bannen, vaak uit vrees voor moeilijk beheersbare branden. De nieuwe regelgeving maakt daar korte metten mee: het parkeerrecht van elektrische voertuigen staat niet ter discussie. De verantwoordelijkheid verschuift volledig naar de eigenaar of, in appartementsgebouwen, naar de Vereniging van Mede-Eigenaars (VME).
Die verantwoordelijkheid is niet vrijblijvend. De wetgever kiest bewust voor een resultaatsgerichte aanpak: geen vaste lijst met installaties die verplicht moeten worden geplaatst, maar wel duidelijke veiligheidsdoelstellingen waaraan elke parking moet voldoen. Hoe die doelstellingen worden gehaald, hangt af van de concrete situatie van het gebouw en wordt beschreven in een zogenaamde brandrisicoanalyse.
Wat is een brandrisicoanalyse?
De spil van die aanpak is de verplichte brandrisicoanalyse. Dat is geen louter administratief document, maar een op maat gemaakte grondige evaluatie van de risico’s in een specifieke parking. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de diepte en oppervlakte van de parking, de compartimentering, de aanwezige ventilatie of rook- en warmteafvoer, de bereikbaarheid voor de brandweer en de mogelijkheden voor evacuatie en nazorg.
De analyse vertrekt vanuit zes essentiële doelstellingen:
- Voorkomen dat brand en rook zich verspreiden,
- vermijden van explosieve situaties,
- snelle detectie van incidenten,
- veilige evacuatie,
- effectieve tussenkomst van de brandweer
- en een beheersbare afhandeling na de brand.
Op basis daarvan volgt een behoefteanalyse en, indien nodig, een actieplan met concrete maatregelen. Dat kan gaan van organisatorische ingrepen tot technische investeringen, zoals branddetectie, betere compartimentering of aangepaste ventilatie.
Belangrijk is dat de regelgeving erkent dat parkings sterk van elkaar verschillen. Een ondiepe, goed geventileerde garage vereist niet dezelfde aanpak als een diepe ondergrondse parking zonder rookafvoer. Precies daarom bekijkt de wet brandveiligheid parking per parking en laat ze ruimte voor maatwerk, maar de vrijheid vergt ook expertise en verantwoordelijkheid.
Brandveiligheid parking: welke termijnen gelden?
Voor bestaande parkings voorziet de wetgever overgangstermijnen, gespreid over meerdere jaren en afhankelijk van grootte en diepte van de parking. Grote of diepe parkings moeten sneller handelen dan kleinere, bovengrondse constructies. Nieuwe parkings en projecten met nieuwe of uitgebreide laadinfrastructuur vallen bijna meteen onder de verplichting.
Geen dekking door verzekeraar bij niet-uitvoeren van wettelijke verplichtingen
Wie denkt dat uitstel weinig gevolgen heeft, vergist zich. Verzekeraars volgen deze evolutie nauwgezet en leggen het accent steeds vaker op preventieve brandveiligheid.
VME’s die geen risicoanalyse laten uitvoeren of noodzakelijke maatregelen bewust uitstellen, lopen een aanzienlijk risico om bij een brand – zeker wanneer een elektrisch voertuig betrokken is – geconfronteerd te worden met ernstige discussies over dekking.
Daarbij speelt een cruciaal uitgangspunt van de nieuwe wetgeving mee: elektrische voertuigen mogen niet worden geweigerd in parkings. Indien blijkt dat de parking onvoldoende preventief werd beveiligd, ligt de verantwoordelijkheid immers bij de eigenaar of beheerder van de parking. In dat geval dreigt een volledige weigering van dekking door de verzekeraar wegens ontoereikende preventieve bescherming. Een onvoldoende veiligheidsbeleid kan er dus rechtstreeks toe leiden dat men als eigenaar / uitbater de financiële schade volledig zelf moet dragen.
Brandveiligheid parking op de agenda van de VME
Beheerders kijken al vooruit. Bij 03beheer wordt vanaf het najaar 2026 de planning van een brandrisicoanalyse besproken in VME’s waar laadpalen aanwezig zijn. Zodra het Koninklijk Besluit officieel gepubliceerd is, zal brandveiligheid in de parking systematisch op de agenda komen van alle VME’s met een collectieve parking. Niet uit paniek, maar uit voorzorg: hoe vroeger het risico in kaart is gebracht, hoe beter investeringen gespreid en onderbouwd kunnen worden.
De nieuwe regelgeving zet daarmee een bredere cultuurverandering in gang. Brandveiligheid in parkings wordt geen reactieve reflex meer na een incident, maar een structureel onderdeel van gebouwbeheer. Niet de elektrische auto vormt het probleem, zo maakt de wetgever duidelijk, maar een parking die niet aangepast is aan de realiteit van vandaag.
Wie zijn gebouw toekomstbestendig wil maken, zal dus niet moeten vragen of elektrische wagens al dan niet welkom zijn, maar of de parking zelf klaar is voor de volgende decennia. Dat is geen technologische, maar vooral een bestuurlijke keuze – met grote gevolgen als ze niet wordt gemaakt.
Verwante artikelen
Laadpaal in appartementsgebouw: de regels voor mede-eigenaars
De toekomst van elektrisch laden in gemeenschappelijke gebouwen

